Geloven met gezond verstand

28/05/2012

Ik ga nog een beetje voortborduren op de verhouding tussen geloof en rede en tussen waarheid en twijfel.

Intellectuele ingesteldheid

Welke intellectuele ingesteldheid moet je hebben om te kunnen geloven?

Om te geloven moet je een logisch verstand hebben. Je kan niet ten volle geloven in iets dat je zelf niet kan beredeneren. Geloven is immers niet meer dan een speciale vorm van weten. In Vlaanderen gebruiken we vaak zinsnedes als “ik geloof dat het buiten regent”, misschien is dat in Nederland ook courant? In elk geval is dat ‘ik geloof’ geen hypothetische veronderstelling, maar een logische gevolgtrekking uit een empirische vaststelling (bijvoorbeeld: je vriend die druipnat binnenkomt). Geloven in God verschilt daar eigenlijk niet zo veel van.

Om te geloven moet je ook eenduidig kunnen denken. Geen denken dat elk fenomeen in vijf verschillende theoretische denkkaders gaat analyseren en overal van zegt “het is een beetje van dit, en ook een beetje van dat”. Iets is wat het is, en anders niet, en bij gebrek aan uitsluitsel gebiedt het gezond boerenverstand aan te nemen wat het meest voor de hand liggend is, want daarmee kan je tenminste verder.

Om te geloven moet je onafhankelijk kunnen denken. Hoewel er sprake is van een geloofsgemeenschap, is de geloofsdaad in essentie individueel.(1) Maar dat wil niet zeggen dat je je geloof zelf moet uitvinden! Geloof baseert zich op een openbaring en op getuigenis, die elke gelovige voor zichzelf moet toetsen en aannemen. Daarom kan je maar onafhankelijk geloven bij gratie van de traditie, want als de openbaring niet correct wordt overgeleverd, is een onafhankelijke benadering onmogelijk. Niet verwonderlijk dus dat de Kerk van bij het begin de apostolische traditie heeft ingesteld om de traditie te bewaken. De waan van de dag die vanuit de media het denken is gaan overheersen, is vandaag de grootste bedreiging voor onafhankelijk denken.

Om te geloven moet je denken vrij zijn van bijbedoelingen. Je kennis moet natuurlijk ten dienste staan van alles wat je onderneemt, maar omwille van een bepaalde doelstelling mag kennis niet ‘gekneed’ worden.

Om te geloven mag je denken niet verstard zijn. Je zal moeten vaststellen dat een aantal bekende ‘waarheden’ onjuist of onvolledig zijn. Op dat moment moet je genoeg nederigheid hebben om even door het stof te gaan en toe te geven dat je je kennis van wat waar is, moet bijstellen. Een verstarde geest kan zo’n proces van bekering niet aan.

En last but not least moet je out of the box kunnen denken. Het verstand kan de werkelijkheid niet bevatten en mag dan ook de werkelijkheid niet inperken tot het domein dat het in staat is te bevatten. En dit is precies de grootste redeneringsfout van het rationalisme.

Zijn dat intellectuele kwaliteiten die u ook heeft? Nou, proficiat dan!

Rolmodellen

Oms ons verder te helpen heeft Jezus ons ook rolmodellen gegeven.

  • Om te beginnen de apostelen, van wie de meesten eenvoudige vissers waren, ruwe maar eerlijke werklui, en niet gespeend van een dosis gezond verstand.
  • Ook heel expliciet heeft Jezus ons gewezen op de kinderen of ‘eenvoudigen van geest’, Daarmee bedoelde Hij geen kinderlijke naiviteit, maar wel kinderlijke openheid, waarin ook het onverwachte of onalledaagse een plaats kan krijgen.
De ideale gelovige: eenvoudig van geest en met een breed denkraam

De ideale gelovige: eenvoudig van geest en met een breed denkraam

  • Met het standje dat Martha krijgt, maakt Jezus duidelijk dat men zich niet moet verliezen in het materiële, maar zich evengoed moet openstellen voor het puur geestelijke.
  • Verder treden er in de evangeliën nog tal van mannen en vrouwen op wiens geloof Jezus roemt, en die zich daardoor genezen weten van allerlei kwalen. Van de meesten worden geen intellectuele kwaliteiten onthuld anders dan hun grenzenloos vertrouwen in Jezus, maar Jezus ‘gebruikt’ hun genezing wel om de intellectuele gebreken van anderen aan het licht te brengen, zo ging het bij de genezing van de lamme eigenlijk over het dispuut met de farizeeën dat Jezus geen zonden zou kunnen vergeven, en was de genezing van blinde Bartimeüs eigenlijk geen steek onder water naar de leerlingen toe, die maar niet wilde zien (geloven) wat voor koning Jezus wilde zijn?
  • En tenslotte zijn er natuurlijk de archetypische tegenpolen van de intellectuele geloofshouding: de farizeeën en schriftgeleerden. Jezus heeft voor hen geen goed woord over, want ze hebben wel de kennis die nodig is voor het geloof, maar ze passen die selectief toe op anderen, en niet op zichzelf en ze zijn intellectueel niet bereid of bekwaam in te zien dat de Vervulling van ‘hun’ Schrift hen in het gezicht aankijkt.

Ik vermoed dat we in die rolmodellen de voornoemde intellectuele ingesteldheid wel kunnen herkennen. Richten we ons op deze rolmodellen en meten we ons de noodzakelijke intellectuele instelling aan, dan is het mogelijk te geloven. Maar waarom kost het ons zoveel moeite?

Oefeningen

Ook gebed helpt ons om de juiste intellectuele positie te vinden waarin geloof mogelijk wordt. In twee heel bekende gebeden, de oefening van geloof en van hoop, is me opgevallen hoe expliciet wordt ingegaan op de intellectuele grondslag van dat geloof en die hoop.

De oefening van geloof:

Mijn Heer en mijn God, ik geloof: dat Gij zijt één God in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Dat de Zoon voor ons is mens geworden en aan het kruis gestorven.

Dat Gij het goede loont en het kwade straft.

Ik geloof alles, wat Gij hebt geopenbaard, en door de Heilige Kerk ons leert.

Dat geloof ik vast, omdat Gij het hebt gezegd, die alles weet en altijd waarheid spreekt.

Heer, vermeerder mijn geloof.

Amen

De oefening van hoop:

Oneindig goede God, door de verdienste van Jezus Christus

hoop ik van U de eeuwige zaligheid te verkrijgen

en alle genaden die ik daarvoor nodig heb.

Dat hoop ik met een vast vertrouwen, omdat Gij het hebt beloofd,

die almachtig zijt, oneindig goed, en getrouw in Uw beloften.

Heer, versterk mijn hoop!

Beide gebeden gaan natuurlijk eerst in op de inhoud van geloof en hoop, maar beklemtonen vervolgens heel sterk de reden, de noodzakelijke vaste grond van geloof—de openbaring—en van hoop—de verbondsgedachte.

Verlichting

Misschien is het wat kort door de bocht, maar het kan toch geen toeval zijn dat twee pausen, Benedictus XIII en Benedictus XIV, beiden uit de eeuw van de Verlichting, grote pleitbezorgers waren voor het bidden van de oefeningen van geloof, hoop en liefde? Beide pausen waren zo’n fan van deze gebeden, dat ze in het Enchiridion Indulgentiarum aflaten voorzagen voor wie deze gebeden bad.

Gedurende een half millennium dicteert reeds de Verlichting ons denken. Haar rationalisme, haar determinisme en haar ge-ideologiseerde mensbeeld belemmeren ons gelovig denken. Zij laat hoogstens nog plaats om te geloven in “iets” waarvan je eigenlijk in je binnenste weet dat het niet bestaat. Ik vraag me af welk boerenverstand daar nu zijn tijd aan gaat verspelen… en toch loopt het tegenwoordig binnen en buiten de kerk dik van ‘iets-isten’.

De Verlichting compliceert het denken, waardoor er een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid wordt opgeroepen tussen rede en geloof, maar juist deze twee gebeden beklemtonen dat ons geloof wel degelijk empirische en rationele grondvesten heeft.

Geen conflict tussen geloof en wetenschap

Is er dan geen werkelijk conflict tussen geloof en rede?

Bij het begin van het artikel heb ik heel wat intellectuele kwaliteiten opgesomd die nodig zijn om—vanuit een hedendaags, eenzijdig ‘verlicht’ denkraam—tot geloof te kunnen komen. Logica, eenduidigheid,  onafhankelijkheid, vrijheid, onverstardheid, out of the box-denken… Verrassend genoeg zijn dat net dezelfde kwaliteiten die—vanuit een middeleeuws, eenzijdig ‘religieus’ denkraam—grote wetenschappelijke inzichten hebben mogelijk gemaakt. Gelovig denken of wetenschappelijk denken is dus in wezen niet verschillend, alleen werk je met een andere set axioma’s en stellingen. Waarom hebben we dan zo’n probleem met de combinatie van religie en wetenschap?

Het probleem met geloof en wetenschap is niet zozeer dat het ene het andere belemmert, maar dat we niet de juiste intellectuele ingesteldheid hebben om de mind-switch te maken tussen religieus en wetenschappelijk denken. Wie meent dat je niet zowel wetenschappelijk als religieus kan denken, is zelf intellectueel al verstard.

Een katholiek hoeft zich dus niet te schamen of van de wereld uitgesloten te voelen omdat hij hetgeen hij ‘s zondags in de kerk tijdens het credo mee reciteert, ook daadwerkelijk gelooft, en omdat hij aan de werkelijkheid van de scheppende, mensgeworden, verrezen en rechtvaardige drie-ene God ook de logische consequenties koppelt in zijn religieus en dagelijks leven.

Iemand die die schaamte overwonen heeft, is de bioloog Vincent Kemme die als Biofides publiceert en uitgezonden wordt op Radio Maria. In een recente lezing “Opstaan uit de dood” duidt hij hoe de wetenschap en het geloof in de werkelijke opstanding van Jezus—noodzakelijk voor het geloof—niet tegenstrijdig moeten zijn.

En ook onze paus is erg bezorgd over de dialectiek tussen geloof en wetenschap. Zijn visie komt goed tot uiting in het hoofdstuk over de opstanding in zijn tweede Jezusboek. Ik zal daarom bij wijze van besluit schaamteloos enkele stukken uit het hoofdstuk citeren:

“Als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem heben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt” (1 Kor 15,14-15). Met die woorden maakt de heilige Paulus heel drastisch duidelijk welke betekenis het geloof in de opstanding van Jezus Christus heeft voor de christelijke boodschap als geheel: het is de basis ervan. Het christelijke geloof staat of valt met de waarheid van het getuigenis dat Christus uit de doden is opgestaan.

Wanneer die wordt weggenomen, kunnen mensen vanuit de christelijke overlevering nog altijd een reeks interessante ideeën over God en de mens, en over bestaan en moraal samenbrengen, een soort religieus wereldbeeld, maar dan is het christelijke geloof dood. Dan was Jezus een religieuze figuur die in zijn opzet gefaald heeft en die ondanks zijn falen, groot blijft en ons tot nadenken kan aanzetten. Maar hij blijft dan in het puur menselijke en zijn gezag reikt maar zo ver als zijn boodschap voor ons te vatten is. Hij is niet meer de maatstaf; de maatstaf is dan alleen nog ons eigen oordeel dat uit zijn erfenis kiest wat voor ons nuttig lijkt. En dat betekent: dan staan wij er aleen voor. In laatste instantie telt alleen ons eigen oordeel.

In zijn kern is er maar één geloof, tot in zijn letterlijke verwoording—het verbindt alle christenen.

[Over de opstandingsverhalen] Maar kan het echt zo gebeurd zijn? Kunnen wij—met name als moderne mens—geloof hechten aan zulke getuigenissen? Het verlichte denken zegt: nee. [...] Het lijkt evident dat ‘de traditionele ideeën over de verrijzenis van Jezus gezien de omwenteling van het natuurwetenschapelijke wereldbeeld als achterhaald moeten worden beschouwd’. Maar wat is nu precies dat ‘natuurwetenschappelijke wereldbeeld’? Hoe ver reikt de normativiteit ervan? [...] Natuurlijk kan er geen tegenspraak bestaan met wetenschappelijke bevindingen. In de verrijzenisgetuigenissen wordt echter over iets gesproken wat in onze ervaringswereld niet voorkomt. Er wordt over iets nieuws, toen eenmaligs gesproken—over een nieuwe dimensie van de werkelijkheid die zich toont. Het bestaande wordt niet bestreden.

Het lege graf als zodanig kan de verrijzenis niet bewijzen, dat is waar. Maar we kunnen de vraag omkeren: is verrijzenis te verzoenen met de aanwezigheid van het lijk in het graf? Kan Jezus verrezen zijn wanneer Hij in het graf ligt? Wat voor verrijzenis is dat dan? Tegenwoordig heeft men visies op de verrijzenis ontwikkeld, waarin het niet belangrijk is wat er met het lijk is gebeurd. Daarbij wordt echter de inhoud van het begrip ‘verrijzenis’ zo vaag, dat we ons moeten afvragen met welk soort realiteit we in dat christendom eigenlijk nog te maken hebben.

Theologische speculaties die stellen dat ontbinding en verrijzenis van Jezus verzoenbaar zouden zijn, zijn kenmerkend voor het moderne denken en druisen regelrecht in tegen de Bijbelse visie.

Voor mij is de viering van de dag van de Heer, die vanaf het begin deel uitmaakt van het leven van de christelijke gemeenschappen, een van de sterkste bewijzen dat op die dag iets buitengewons is gebeurd: de ontdekking van het lege graf en de ontmoeting met de opgestande Heer.

Wat kunnen wij nu op basis van al die Bijbelse verhalen echt zeggen over het specifieke van de verijzenis van Christus? Het is een historisch gebeuren dat echter door het historische kader breekt en erboven uitstijgt. Misschien mogen we ons van een analoge taal bedienen die in veel opzichten inadequaat blijft, maar toch een weg kan bieden tot begrip: we zouen de verrijzenis kunnen beschouwen als een soort radicale ‘mutatiesprong’, waarin een nieuwe dimensie van het leven, van het mens-zijn zich openbaart. De materie zelf wordt tot een nieuwe wijze van zijn omgevormd. De mens Jezus behoort nu, ook met zijn lichaam, helemaal de sfeer van het goddelijke en van het eeuwige toe.


(1) Evenzo is de Verlossing, die bewerkstelligd wordt door het geloof, in essentie een individueel gebeuren. Ik vind het mooi dat de kleine Mechelse Catechismus op de vraag “Voor wie heeft Jezus Christus geleden en is Hij gestorven?” als ietwat uitvoerig antwoord geeft: “Jezus Christus heeft geleden en is gestorven voor alle mensen en voor ieder in het bijzonder.” Die schijnbaar overbodige toevoeging maakt duidelijk dat de verlossing zich individueel voltrekt. Het is geen collectieve verlossing.


Het complot van God

13/05/2012

Stellen dat geloven niet vanzelfsprekend is, is een open deur intrappen. Voor een kritische, rationele geest—en dat zijn we toch allemaal?—zijn er redenen genoeg om het geloof in Jezus als de verrezen Zoon van God in vraag te stellen, en heel wat van die redenen komen uit de bijbel zelf naar voren. Wanneer ik Jezus’ wonderverhalen lees, word ik soms bekropen door twijfel. Dat kan toch echt allemaal niet zo gebeurd zijn?

Je wil geloven en je twijfelt, wat nu?

Men zegt en schrijft wel eens dat geloof niet kan bestaan zonder twijfel. Dat klopt, want twijfel kan een aansporing zijn tot nadenken, tot gebed of tot vertrouwen en bereidt zo het pad naar nieuwe zekerheden, naar geloof. Die zekerheden kunnen op hun beurt weer aanleiding zijn voor nieuwe twijfels, maar ze kunnen onsook al beseffen we het misschien zelf nieteen glimp gunnen van de Waarheid-met-grote-W. Twijfel is een nuttige stap in een proces, maar het is geen statisch gegeven. Twijfel is een middel waarmee je aan de slag moet en dat vormt tot geloof. Als je twijfel laat bestaan zonder er iets mee te doen, gaat die de plaats innemen van het geloof.

Hoe zit dat nu met die bijbelverhalen die zoveel twijfel opwekken omdat ze stijf staan van onwaarschijnlijke gebeurtenissen en onderlinge tegenstrijdigheden? Zijn ze het werk van fantasierijke auteurs? Zijn ze propagandamateriaal van een sekte die zichzelf moet bewijzen? Zijn het metaforen en beelden waarmee de auteurs eigenlijk helemaal geen feitenrelaas willen geven? Zijn het mythische verhalen die in de overlevering aan de persoon van Jezus werden opgehangen? Of is het toch het eerlijke en nuchtere relaas van de wonderlijke wedervarendheden van een kleine groep vissers, die zelf maar amper konden begrijpen wat ze hadden meegemaakt? Ik weet het niet, maar de vraag is wel belangrijk.

Stel dat er een dag komt dat iemand zwart op wit kan aantonen dat Jezus’ wonderen en vooral zijn verrijzenis niet echt gebeurd zijn. Of stel dat er een dag komt dat de twijfel over die feiten in mijn geest zodanig vastgeroest is dat hij het gloof heeft vervangen. Op die dag is er geen reden meer om aan te nemen dat Jezus de Zoon van God is, als die ueberhaupt al zou bestaan. Dan is er ook geen reden meer om lid te zijn van een Kerk die mensen fabeltjes opspeldt en die zich bezighoudt met inhoudsloze sacramentele hocus-pocus. Wat er dan nog overblijven zijn enkele morele waarden uit het evangelie en gezellige kerken waar je ‘s zondags koffie kan gaan drinken. Maar het heeft dan geen zin meer om te bidden, of ter communie te gaan, of om te biechten, of om in iets te geloven. Als die dag komt, dan is het tijd voor ‘ander en beter’.

Tot nu toe heeft echter niemand de bijbel ontegensprekelijk kunnen ontkrachten, maar een sluitend bewijs voor Gods openbaring levert het boek evenmin. Wie soms een krant leest, weet dat het werkelijkheidsgehalte van een gemiddeld artikel bedroevend laag is. Waarom zouden zo een aantal verhalen uit de bijbel dus ook niet aangedikt of geromantiseerd zijn en zou er zelfs hier en daar geen hoax tussenzitten? De stelling dat de bijbel louter een historisch relaas biedt is onhoudbaar. De stap naar de volldige ontkenning van de historiciteit van het evangelie is echter bijzonder groot. Wie in vraag stelt of Jezus werkelijk door God gezonden is en verrezen is en opnieuw verschenen is aan zijn leerlingen, haalt het fundament onder het hele christelijke geloof vandaan.

Er zijn genoeg theologische en exegetische strekkingen die Christus zodanig proberen te benaderen dat Hij kan worden losgeweekt van zijn God-zijn en waardoor zijn verrijzenis en zijn rol in het goddelijk heilsplan meer op mensen-maat kan worden ingevuld, al dan niet met behulp van een dosis geschiedkunde, psychologie, sociologie etc. Dat kan best heel interessant zijn, maar het geeft mij, als niet-theologisch geschoolde gelovige geen soelaas in mijn twijfel en kan die alleen maar bevestigen.

Vanuit meer populistische invalshoeken zijn er eveneens tal van theorieen die het opstandingsverhaal ontkrachten, weliswaar op iets explicietere wijze, maar in effect identiek aan de voornoemde theologische benadering. Het zou een of andere vorm van opgezet spel kunnen zijn, of een collectieve zinsverbijstering zijn, of een combinatie van (on)gelukkige toevalligheden waardoor gebeurtenissen die op zichzelf verklaarbaar zijn, een ongelofelijke impact hebben gekregen.

Het is eigenlijk best boeiend zo’n theorie te proberen uitwerken, want dat kan geraffineerde plots opleveren. Ik durf me wel eens amuseren met de complottheorie. Als het opgezet spel was, wie zat er bijvoorbeeld allemaal mee in het complot? Zat Jezus in het complot? Waarschijnlijk niet, want ook al zou hij niet echt zijn gestorven, liep hij daartoe toch alle risico. Hij is misschien een ‘nuttige idioot’ geweest, die werd opgeofferd terwijl de samenzweerders een dubbelganger in petto hadden.  Het is denkbaar dat zelfs Thomas een goeie dubbelganger in de donkere bovenkamer niet kon ontmaskeren. En het verklaart waarom Jezus niet vaker en met meer spektakel is verschenen.  Wellicht zat Judas dan ook in het complot en is zijn zelfmoord geënsceneerd, en Lazarus is ook een goeie kandidaat, zoniet het meesterbrein. Of kwam het complot pas tot stand wanneer de leerlingen verder moesten na de dood van hun charismatisch leider? Of…

Al die theorieen zijn best vermakelijk, maar met welke bedoeling hebben die mannen (en vrouwen) hun meesterlijk complot dan opgezet? Met de bedoeling voor de grap een kerk te stichten? Lijkt me nogal sterk.

Samenzweerders

Geen complot dus? En toch! Hoe langer je erover nadenkt, hoe duidelijker de contouren van de uitwerking van een compot zich aftekenen. En wel een complot, niet beraamd door de apostelen, maar door het Meesterbrein zelf, zijn Zoon, hun gevleugelde helper en de obligatoire femme fatale, diezoals het een goed plot betaamttegelijk dochter, moeder en bruid is van de drie mannelijke complottanten (God vergeve me de onkiese casting). En waarom is dat zo? Het antwoord is eenvoudig: zoek het motief. God is de Enige die baat vindt bij het opzetten van zo’n grotesk complot, want Hij smacht naar verzoening met zijn volk.

Hoe ze het allemaal geflikt hebben, is me een raadsel. Er had immers zoveel kunnen mislopen en de inzet was bijzonder groot. Per slot van rekening kon God maar één enige Zoon hebben en kreeg Hij dus geen tweede kans om zijn reddingsoperatie voor de mensheid tot welslagen te brengen. Wat als Jezus bijvoorbeeld op jonge leeftijd een natuurlijke dood was gestorven, zonder daarbij onze Verlossing te kunnen bewerkstelligen? Of wat als het politieke klimaat omsloeg en er geen hogepriesters en farizeeen waren om tegen Jezus te complotteren? Geen kruisiging = geen opstanding! En wat met zijn leerlingen? Het zijn uiteindelijk de leerlingen die de geloofsgemeenschap gesticht hebben. Jezus koos er twaalf, maar met welke garantie dat zij genoeg charisma  hadden om te verkondigen? Zonder de tussenkomst van de Heilige Geest was er van die geloofsgemeenschap helemaal niks in huis gekomen en waren de leerlingen terug brave vissers geworden, en was Jezus’ dood en opstanding nog geen voetnoot in de geschiedenis geweest. Daarom heeft God de touwtjes van de voorzienigheid stevig in handen genomen om zijn plan te doen lukken. Wanneer de twaalf ondanks de hulp van de Helper niet zo goed blijken te scorenvan hoevelen van de twaalf hebben we uiteindelijk nog iets gehoord achteraf?, komt Paulus als een deus ex machina op het toneel, die wel daadkrachtig genoeg is om de christengemeenschap letterlijk op de wereldkaart te zetten. En tot op heden kunnen we de hand van de voorzienigheid herkennen in veel gebeurtenissen in de geloofsgeschiedenis.

Nog andere vragen rijzen op. Waarom koos God juist die tijd, die plaats, en die vrouw om zijn Zoon te ontvangen? Heeft Hij, die het begin en het einde van alles is en dus alle tijden overziet, het ogenblik gekozen waarop zijn volk het meest ontvankelijk was voor een verlosser? Of zocht Hij juist een vijandige omgeving, want zijn Zoon moest immers door het eigen volk veroordeeld worden! Of is de keuze eerder gebonden aan Maria, die als meest zondeloze Maagd onder alle vrouwen en van alle tijden, de trigger was om de Mensenzoon op de wereld te zetten? Een beetje zoals een singuliere energiecondensatie die de big bang in gang zette.

Allemaal vragen waarop we geen antwoord zullen krijgen, want God laat niet in zijn kaarten kijken. Het hele verhaal van Jezus’ leven, dood en verrijzenis zit vol van wendingen die in de context van het plot, hetzij zo onwaarschijnlijk wonderlijk, hetzij zo onwaarschijnlijk banaal zijn, dat ze wel door de hand van God gestuurd moeten zijn.  Het plot is een vreemde mengelmoes is van Goddelijke voorzienigheid en menselijke stunteligheid, van schijnbare toevalligheden en van doordachte willekeur.

En daarvoor moeten we kiezen: of we bereid zijn alle twijfels die dit verhaal opwerpt om te zetten in geloof. Ik denk dat het volstaat te kijken naar de schoonheid, de eenvoud, de edelmoedigheiden soms de grappigheidvan Gods complot en er gewoon mee in te stappen. Conspirator te worden, zonder het complot echt te begrijpen, maar zonder twijfel over het doel.


Avondgebedjes

08/05/2012

Een klein boekje met avondgebedjes,  dat je ook krijgt als katern: recto-verso afdrukken, drie keer plooien, de vouwen met een mes opensnijden, eventueel nieten en klaar is kees.


Biecht

18/02/2012

Een klein artikeltje wijden aan de biecht kan geen kwaad, net voor het begin van de vasten. De biecht is immers het kneusje onder de sacramenten. Biechten is ook het moeilijkste van alle sacramenten, want het vraagt nederigheid en overgave.

Andere sacramenten worden beleefd als een sociale gebeurtenis waarbij de geloofsgemeenschap of het gezin bijeenkomt, maar de biecht is een individueel engagement. Dat is ook niet zo gek als je bedenkt waar het feitelijk over gaat: door je zonde heb je je buiten de gemeenschap met God geplaatst, dus moet je Hem in eenzaamheid tegemoettreden om verzoening te vragen. Het is pas nadat je je met God verzoend hebt, dat je terug volwaardig lid wordt van de gemeenschap en bijvoorbeeld het gemeenschapssacrament van de eucharistie kan ontvangen. Dat is te zeggen: in het geval dat je doodzonde hebt begaan.

Een tweede moeilijkheid is dat de biecht zo goed als in onbruik is geraakt, en dat de perceptie ervan heel diffuus is geworden. Moet het nu wel of niet? Bestaat het überhaupt nog? Moet het in een biechtstoel of gewoon bij mij of de pastoor thuis? is het niet genoeg naar een biechtviering te gaan? Welke zonden moet je biechten? enz… Niet dat er op alle vragen een eenduidig en deterministisch antwoord hoeft te zijn, maar ietwat concrete en eenduidige informatie helpt wel om een mens keuzes te laten maken.

Iemand die voor de eerste keer zou willen biechten, moet minstens drie hordes overwinnen. De eerste horde is de noodzaak van de biecht te beseffen. De tweede horde is zichzelf voor te bereiden om het sacrament te ontvangen. De derde horde is een priester te vinden die het sacrament kan toedienen.

Voor je naar een priester stapt, moet je eerst de keuze maken hoe je wil biechten. Dat ligt veel aan je persoonlijkheid en aan de relatie die je wil opbouwen met je biechtvader en wie je daarvoor kiest. Je kan kiezen voor een heel open biechtgesprek, van aangezicht tot aangezicht, waarin de voltrekking van het sacrament haast spontaan wordt verweven, of voor een klassieke biecht, waarbij bepaalde vormelijkheden het sacrament ondersteunen.

Biechtstoel

Event-biechtstoelen

Event-biechtstoelen

Beide vormen hebben hun voor- en nadelen en geen van beide doet iets af aan de waarde van het sacrament. Ik maak echter graag een bedenking waarom het gebruik van het meubelstuk ‘biechtstoel’ een zekere waarde heeft, hoewel het misschien in eerste instantie afschrikwekkend overkomt. De biechtstoel is uiteraard niet wezenlijk voor het sacrament, maar wel speciaal gebouwd voor dit sacrament en hij biedt een kader dat helpt om het sacrament te beleven, op meerdere manieren:

  1. Als boeteling moet je in het meubel plaatsnemen door te knielen. Als je gaat biechten ben je zowiezo in staat van berouw en wil je je in de tegenwoordigheid van Christus stellen. Knielen is dus een heel aangewezen lichaamshouding om te biechten. Het lijkt me heel tegennatuurlijk om lui wegzakkend in de zithoek een biechtgesprek aan te gaan.
  2. De biechtvader is afgeschermd van de boeteling door een roostertje. Ik heb al veel wilde verhalen gehoord over de reden daarvan, maar het helpt wel om als het ware abstractie te maken van de persoon van de priester, vermits het eigenlijk Christus is die je biecht opneemt en van Wie je uit de mond van de priester vergiffenis zult krijgen.
  3. De biechtstoel is afgesloten met een gordijntje. Dat geeft natuurlijk privacy tegenover andere aanwezigen in de kerk, maar schept ook een duistere omgeving, die de zonde eigen is. Na de biecht kan je uit het duister treden, de kerk in, waar het licht door de ramen binnenvalt of waar de offerkaarsen hun licht verspreiden.

Welkom?

Wat echter gedaan als je werkelijk wil gaan biechten? Weten dat je ergens welkom bent, zoals ook de verloren zoon dat was, is de grootste hulp, maar hoe kom je te weten waar dat is? In de biechtstoelen van de meeste kerken heeft al sinds decennia geen priester meer zitten wachten op een boeteling. En niet elke priester heeft evenveel ervaring met biechthoren of is daartoe gedreven.

Het beste ben je af als je in je kennissenkring iemand hebt van wie je vermoed dat hij of zij biecht: hoor die uit. Vraag het anders aan iemand in de parochie of aan je pastoor. En je kan natuurlijk ook te rade op het internet.

Op de officiele site van de Kerk heeft men spijtig genoeg nog niet de kans gezien veel informatie over de biecht online te zetten. Op de speciale vastenwebsite van bisdom Antwerpen wordt evenmin de kans aangegrepen om dit sacrament de aandacht te geven die het verdient in de context van de website. Een handleiding “hoe biechten” zou niet misstaan, maar zoek op Kerknet op de termen ‘biechtspiegel’ of ‘gewetensonderzoek’, en je vindt: nihil. Niet nodig dus? Toch is het nog steeds zo dat de Kerk van elke gelovige (die tot de jaren van verstand is gekomen) vraagt om minstens éénmaal per jaar te biechten, bij voorkeur als voorbereiding tot Pasen…

Verder zoeken dus. Kerknet heeft tegenwoordig heel wat lokale pagina’s die onderhouden worden door parochies en federaties, en daar kan je -met wat geluk- informatie vinden over lokale biechtgelegenheid, meestal het telefoonnummer van een contactpersoon die voor jou ‘een gesprek met een priester’ kan organiseren. Zo heet het dan uiteindelijk: ‘een gesprek’, want de nieuwe naam ‘sacrament van boete en verzoening’ is niet echt aangeslagen, maar het gewoon ‘biecht’ noemen, wat bij de meeste mensen toch nog een belletje doet rinkelen, dat is blijkbaar not done. Het blijft allemaal weinig uitnodigend en vooral heel vaag.

Beter af ben je met informatie die her en der op ‘officieuze’ katholieke websites bijeen te sprokkelen is.

Algemene informatie over de biecht:

Heel concreet over een goed gewetensonderzoek en over het verloop van de biecht:

Biechtgelegenheid in Vlaanderen:

Dit is beknopt het verloop van een biecht. De woorden van de boeteling staan vet

  • Kruisteken: In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
    • De priester spreekt een welkom uit en kan een tekst uit de Heilige Schrift lezen
    • Algemene schuldbelijdenis: Ik belijd voor de almachtige God en voor U, Vader, dat ik heb gezondigd in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld door mijn schuld, door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd, alle engelen en heiligen, en U, vader, voor mij te bidden tot de Heer, onze God.
  • De boeteling zegt wanneer hij de laatste keer heeft gebiecht en belijdt één voor één zijn zonden en zegt erbij hoe vaak hij elke zonde heeft begaan
  • De priester geeft raad, zet aan tot berouw en stelt een boete voor
    • Akte van berouw: Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden, omdat ik Uw straffen heb verdiend, maar vooral omdat ik U, mijn grootste weldoener en hoogste Goed, heb beledigd. Ik verfoei al mijn zonden en beloof met de hulp van Uw genade, mijn leven te beteren, niet meer te zondigen, Heer, wees uw zondaar genadig.
  • De priester geeft de absolutie.
  • De boeteling antwoordt: Amen.
    • Lof aan God: Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig. Zijn genade duurt in eeuwigheid. De Heer heeft uw zonden vergeven. Ga in vrede. Amen.

Sterke beeldtaal, maar nutteloos

07/02/2012

Eigenlijk  kan ik er niet omheen om op mijn blogje ook iets te schrijven over het toneelstuk “On the concept of the face, regarding the Son of God” van Castelluci, vorige week vertoond in Antwerpen, want het gaat over geloofsverbeelding (of juist niet?). Maar eigenlijk ga ik het ook hebben over een vorm van elitair en lui denken.

Ergernis

Mgr. Bonny bezocht het toneelstuk en schreef er een lovende recensie over. Terwijl de bisschop binnen in de pluche zetels van De Singel neerzat, hoogstens geplaagd door de kunstmatige windstoten die bij het stuk horen, stonden buiten in de ijzige kou gelovigen van zijn bisdom verzameld om biddend te protesteren tegen de vertoning van dit stuk, omdat het blasfemische scenes bevat.

Mgr. Bonny

Mgr. Bonny

Heel vreemd allemaal. De bisschop die anders in alles zo uiterst voorzichtig en fijngevoelig te werk gaat, en er zich angstvallig voor hoedt iemand met onbevangen uitspraken of beslissingen te ergeren, heeft ditmaal geen boodschap aan de les van 1 Kor 10,28: omzichtig te zijn bij het gebruiken van de intellectuele vrijheid die christenen eigen is, wanneer dat leidt tot ergernis in de gemeenschap. Als enscenering van de crisis in de kerk is dit tafereel exemplarisch.

Beeldtaal

Over naar de inhoud echter. Mgr. Bonny schrijft over het stuk in de nationale media: ”Dat vind ik sterke beeldtaal.” Hiermee heeft hij mijn aandacht, want wie dit blog volgt weet dat ik veel van beeldtaal hou. De bisschop vervolgt: “Hier voert de kunstenaar ons naar de tweesprong van het geloof. Ofwel zullen van deze wereld ooit alle gezichten verdwijnen en zal er slechts een duisternis zonder gelaat overblijven. Ofwel zal er van deze wereld ooit één gezicht overblijven, een gezicht waarin we elkaar zullen herkennen en terugvinden: het gelaat van de verrezen Christus. De laatste mogelijkheid drijft het verlangen dat ik geloof noem.”

Mgr. Bonny verwoordt hiermee heel zuiver de kern van het katholieke geloof, of althans ‘het verlangen ernaar’. Als het dat is waar het toneelstuk om draait, wie kan er dan tegen zijn?

On the Concept of the Face, Regarding the Son of God

On the Concept of the Face, Regarding the Son of God

Dat het stuk sterke beeldtaal bevat, is zeker niet gelogen. En op zich is sterke beeldtaal iets wat we nodig hebben! Neem bijvoorbeeld het lijdensverhaal. De gecanoniseerde voorstellingen van het lijden van Christus geven me soms het gevoel afgeschermd te worden van de volheid van de ervaring van Jezus’ laatste uren, zo zakelijk als de evangelies zijn en zo sereen als menig schilderij de passie verbeeldt. In de kerk op Palmzondag of Goede Vrijdag durf ik bekennen nauwelijks tot in mijn ziel bewogen te worden door het lijdensverhaal.

Soms krijg ik echter wel koude rillingen als ik de Mattheuspassion beluister. Ook de emotionaliteit en rijke contrasten van de rockopera Jezus Christ Superstar hebben me inzichten in het lijdensverhaal geopenbaard die ik anders niet had gevonden. En enkele jaren geleden kreeg ik het even benauwd bij het bekijken van The Passion of the Christ.

Net omgekeerd

The Passion of the Christ

The Passion of the Christ

Ik herinner me nog dat bij het verschijnen van de film The Passion een debat woedde tussen voor- en tegenstanders van dit heel expliciete verslag van het lijdensverhaal. Gek genoeg waren de rollen toen omgekeerd. De film viel beter in de smaak in kringen die ik nu even gemakkelijkheidshalve conservatief noem (lees: die in De Singel op straat stonden), terwijl wat zichzelf progressief noemt de film vulgair vond en de bloedige scenes ‘er ver over‘… dit blijkbaar in tegenstelling tot stront en granaten.

Waar zit hem het verschil? Heel eenvoudig: The Passion is een getuigenis die gemaakt is vanuit het geloof in Gods werkelijkheid en die wil voeren tot geloof in Gods werkelijkheid. Deze film verbeeldt het geloof. On the concept of the face is een getuigenis die gemaakt is vanuit de twijfel en die uitmondt in twijfel. Het stuk mag dan wel bijbels geinspireerd zijn en heel diep-menselijke sensaties losweken bij de individuele toeschouwer, in relatie tot het geloof van een gemeenschap brengt het geen lafenis.

Elitair, nutteloos en blasfemisch

Kort door de bocht: deze vorm van kunst is te eenzelvig en dus eigenlijk te elitair om nuttig te zijn voor het geloof. De toeschouwer krijgt de verbeelding van een aller-individueelste gewaarwording van geloofstwijfel, niet van geloof. Vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de verkondiging van het geloof doet de bisschop dan nog een dappere poging om zijn kudde op de bijbelse referenties te wijzen. Da’s allemaal al heel wat in deze tijd, zal u zeggen… Ja, maar niet genoeg.

Twijfel kan je niet in gemeenschap brengen, twijfel is individueel en wordt in gemeenschap juist opgelost en overwonnen. De beeldtaal van het toneelstuk is dan wel krachtig, ze overstijgt de individuele interpretatie niet. Geloof heeft beelden nodig die de individuele interpretatie overstijgen, die een gemeenschappelijk begrip van het transcendente mogelijk maken. Vanuit cultureel perspectief is On the concept of the face misschien niet onverdienstelijk, maar vanuit gelovig perspectief is het een nutteloos stuk, en juist door die nutteloosheid wordt op de eindbalans de grens tussen de smakeloosheid van de beeldtaal en blasfemie heel klein.

Twijfel kan geen doel zijn en ook geen middel, hoogstens een aanleiding tot denken

Mark van de Voorde

Mark van de Voorde

Mark van de Voorde schreef deze week een stukje over de rol van twijfel in geloof. Hij zegt precies het tegenovergestelde als ik. Volgens hem is het juist de twijfel die gemeenschap vormt en de zekerheid die individualiseert. Hij ziet “nieuwe traditionalisten” op de been, die “het denken willen verbieden en daarom de twijfel des duivels noemen”. Van de Voorde trekt ‘weten’ in twijfel. In zijn hoofd is ‘denken’ dus een proces dat voert van weten naar twijfel.

De twijfelaar

De twijfelaar

Het filosofische getwijfel van Van de Voorde en de nutteloze beeldtaal aangeprezen door mgr. Bonny zijn twee uitingen van een elitair denken dat gekenmerkt is door gemakzucht. Dit denken is gemakzuchtig, omdat het het bestaan van de waarheid ontkent, of tenminste de zoektocht ernaar voorstelt als quasi zinloos. Daarom valt er ook niets te argumenteren. Dit denken is ook elitair, omdat het steevast gepaard gaat met de afwijzing van duidelijk te identificeren andersdenkenden: iedereen die meent dat nadenken, met de hulp van een zekere overlevering, wél kan leiden tot zekerheid en kennis van de waarheid.

En nu zal ik jullie een geheim verklappen: ik heb proefondervindelijk vastgesteld dat twijfelen en denken niet hetzelfde zijn! Ik twijfel natuurlijk ook, maar in mijn hoofd is ‘denken’ een proces dat voert van twijfel tot weten, en weet je: het werkt! Kan het dat dit bij sommige mensen opgehouden heeft te werken?


Ut vivat, crescat et floreat de allochtone jeugdbeweging

05/02/2012
Belofte

Belofte

In tegenstelling tot Chiro, is Scouts en Gidsen Vlaanderen wel gewonnen voor een allochtone jeugdbeweging. Wil de Chiro dan niet dat allochtonen naar de jeugdbeweging gaan? Natuurlijk wel, maar ze willen gewoon dat ze naar de Vlaamse jeugdbeweging komen.

Niet zo’n goed idee, en ik ben blij dat de Scouts de boot afhoudt. Wij hebben ook een jongen bij de scouts, en -gelukkig- een groep waar nog heel wat discipline heerst en regelmatig de H. Mis wordt bijgewoond. Hoewel we in een multiculturele stad wonen, zie ik geen enkele meerwaarde in een multiculturele scoutsgroep.

Even een kleine anecdote. Een Turks klasgenootje was ook geïnteresseerd en is enkele maanden lid geweest, maar bleef dan plots weg. Waarom? Naar ik vernam hadden zijn ouders het moeilijk met de discipline die van de jongens wordt geëist…

Jeugdbewegingen letten best op, want hoelang zou het duren voor deze goed werkende maar ‘cultureel verrijkte’ scoutsgroep (1) last zou krijgen met meisjes als leiding voor jongensgroepen, (2) last zou krijgen om op kamp niet-halal te koken, (3) last zou krijgen met jongens die menen zich aan geen gezag te moeten onderwerpen, (4) -nog meer- last zou krijgen om in groep de H. Mis bij te wonen? Kortom: last zou krijgen met zowat alles dat de werking van deze scoutsgroep eigen is, behalve ‘buske stamp’ spelen?

Als je in je vrije tijd jezelf al niet meer kan zijn!

‘We moeten ons blijven inspannen voor een multiculturele maatschappij waarin we echt samenleven’ Het klinkt mooi uit de mond van de Chirodirecteur, maar wat levert het op voor de kinderen en hun cultuur? Multiculturele ijveraars lopen niet over van respect voor eigen noch vreemde cultuur, want ze zijn blind voor het culturele relativisme dat nodig is om hun project te doen slagen. Netto-effect: nog meer vervreemding.

Een jeugdbeweging is een vrijwilligersbeweging en berust op het engagement van de leden. Zullen er veel leiders gevonden worden voor zo’n multicultureel project? Of is het precies dat wat de directeur bekent als hij zegt: ‘Alleen is er meer nood aan structurele middelen om [multiculturele] Chirogroepen te begeleiden.’ Kan dus de ‘multiculturele’ jeugdbeweging niet meer zonder professionalisering? Dan doet ze zichzelf de das om! Deze jeugdbeweging is geen vrije ‘jeugd’-beweging meer, maar een verkapte overheidsinstelling die geld en personeel krijgt om een slechte oplossing te bieden aan het migratiesamenlevingsprobleem.

Teveel tijd, teveel geld

Teveel tijd, teveel geld

De Vlaamse overheid heeft teveel geld én teveel tijd (of te weinig bevoegdheden voor de beschikbare budgetten en mankracht). Heel het middenveld wordt versmacht onder de voortdurende druk van de overheid om te ‘professionaliseren’ (lees: de werking zo ingewikkeld maken dat vrijwilligers er de brui aan geven) en heel subtiel ideologisch gemuteerd door aan erkenningen en subsidies allerhande politiek correcte criteria te koppelen. Elk probleem in de samenleving wordt te lijf gegaan in minstens een handvol gesubsidieerde programma’s, ondersteund door nieuwe of ingelijfde vzw’s.

Vanuit een verleden van verzuiling, met het katholiek middenveld als belangrijkste poot, is het verklaarbaar dat enorme geldstromen van de staat doorvloeien naar alles wat van ver of nabij katholiek is: kerken, onderwijs, jeugdbewegingen, noem maar op! Intussen is dat katholieke Vlaanderen vervangen door een seculier Vlaanderen. Ook de andere zuilen vervluchtigen. Je zou verwachten dat die geldstromen stilaan opdrogen? Integendeel echter! Vlaanderen werpt zich nu op als de suikernonkel van alle religies, hoewel de politieke band onbestaande is.

Imamfaculteit

Iedereen mag mee uit de pot eten, met een nieuwe imamfaculteit als laatst opgediende schotel. Maar al die begunstigden moet wel netjes binnen de lijntjes kleuren van de ‘waarden van de verlichting’… want Vlaanderen vindt dat zo’n faculteit nodig is omdat de ‘import’-imams niet voldoen aan de ideologische inzichten van… het Vlaamse parlement.

Alma Mater

Alma Mater

Ik zeg: droogleggen, die handel! Laat religies, culturen en aanverwante verenigingen zelf hun boontjes doppen en hun eigen cultuur verrijken. Het zal voor de katholieke ‘zuil’, het verwende nest, ook een lesje zijn. Schaf de faculteit van ‘theologie en religiewetenschap’ aan de KU Leuven gewoon af, want hoe kan je nu het geloof -vanuit het geloof, en dat is theologie- bestuderen aan een universiteit die zelfs geen banden met de kerk wil? Of was dat misschien de doorslaggevende reden om de ‘K’ te bewaren: het dreigende verlies van een faculteit (en bijhorend overheidsgeld)? Kerkelijke seminaries zijn immers veel geëigender plaatsen om theologie te onderwijzen, en dat geldt analoog vanzelsprekend ook voor een imamfaculteit.

Dus laat alsjeblief lui met een andere cultuur in onze stad zelf het initiatief en de verantwoordelijkheid nemen een eigen jeugdbeweging te beginnen! En geef hen daarvoor desnoods het geld en een ‘professioneel kader’ en alle tralala die men nodig acht, maar belast de werking van de traditionele jeugdbeweging er niet mee.

…onder het motto: “wat ze zelf doen, doen ze beter!”.


Nieuw prentenmissaal

23/12/2011

Prentenmissaal.com is een nieuwe webstek gebaseerd op het lectionarium van de rooms-katholieke kerk. Voor elke zondag of feestdag is er een pagina met een stukje uit het evangelie dat die dag in de kerk gelezen wordt, samen met een bijhorende prent.

De prenten verzamel ik om door de week ‘s avonds iets over het evangelie aan de kinderen te vertellen zonder gebonden te zijn aan de courant beschikbare kinderbijbels. Qua ver-taling zijn dat vaak nuttige instrumenten, maar qua beeldmateriaal stellen ze niets voor (sic).

En dat terwijl er zo’n enorme schat aan katholieke ver-beelding te vinden is, neem maar alleen het repertorium van de christelijke kunst door de eeuwen heen. Komt daar nog bij dat de meeste van die werken geproduceerd zijn met een pedagogische functie! Ideaal materiaal dus om als illustratie bij een bijbelvertelling te dienen.

De webstek heeft een knop “voorleesvel afdrukken”, om de prent plus bijbelcitaat op papier te krijgen. Voor wie met z’n tijd mee is, zou de webstek moeten bruikbaar zijn op gangbare smartphones en tablets, maar die feature is slechts rudimentair getest…

Wie elke week de volgende prent in zijn e-postbus of nieuwslezer wil, kan zich abonneren.

De stek biedt zowel de lezingen volgens de kalender van de gewone vorm van de romeinse ritus (de ‘mis van 1969′, na het concilie) als de lezingen volgens de kalender van de buitengewone vorm (de ‘mis van 1962′, voor het concilie), zoals die nu beide gebruikt worden in de katholieke kerk. De volledige kalender is echter op dit ogenblik nog niet ingevuld.

Graag uw feedback op info@prentenmissaal.com… Al uw opmerkingen en aanvullingen zijn welkom! Niet alleen technisch (“het werkt niet!”), maar ook inhoudelijk (“kan je dit kunstwerk niet gebruiken voor die lezing?”). Intussen dromen/werken we verder aan uitbreidingen van de prentenverzameling, implementatie in andere talen, toevoeging van meditatief tekstmateriaal, interactieve toevoeging van prenten, publicatie via print-on-demand, … teveel om op te noemen… En wie weet komer er ooit een goede ziel voorbij die voor een aantrekkelijker layout kan zorgen.

Met dank aan Amazon web services, Google app engine voor de hosting en eXist voor de open-source databank.



Ik begrijp het ook niet…

25/11/2011

Ik schrik ervan hoeveel ondertekenaars de petitie nu al heeft (mede dankzij heel wat mediageweld). Gisteren sprak ik op een klasreunie met een oud-leraar pater jezuiet die zich erover verbaasde dat ik de standpunten uit de petitie niet onderschrijf. Op de vraag waarom niet, kon ik geen heel duidelijk antwoord formuleren. Het argument dat de standpunten niet stroken met de leer van de kerk, heeft geen overtuigingskracht, want precies die leer is het, die in twijfel wordt getrokken. Expliciet wat betreft het priesterschap, maar impliciet daarmee ook wat betreft sacramenten en huwelijksethiek. Het gaat niet op te zeggen “Ik onderteken niet want ‘de kerk’ leert zus en zo…”. De ondertekenaars zijn immers ‘de kerk’.

Veel restte er me niet dan een buikgevoel om te beargumenteren dat de voorgestelde maatregelen geen goede zaak zijn voor de kerk.

Ik zeg: geen goede zaak. Ik zeg niet: een slechte zaak. Ik twijfel er geen moment aan dat de ondertekenaars het goed menen met de kerk en dat de kerk die ze zouden opbouwen een goede kerk zou zijn, waarin mensen zorgen voor mekaar, van mekaar houden, vertellen over Jezus en zijn voorbeeld trachten te volgen. En dus zal die kerk ook bijdragen tot het heil van de kerkgemeenschap.

Waarom voel ik me er dan zo slecht bij?

Stijn van den Bossche heeft het goed verwoord door te zeggen: gelovigen moeten in de cultuur van vandaag ‘op weg naar’ het geloof. Men spiegelt zich graag af aan de eerste christenen en alhoewel ik eerder al schreef dat dit prille christendom voor mij geen referentie hoeft te zijn, probeer ik me soms ook te verplaatsen in de wereld van de eerste christenen. Welnu: het kerkbeeld van Van den Bossche komt me in dat perspectief meer natuurlijk over dan het kerkbeeld van de petitie, dat me eerder doet denken aan ‘de kerk van de laatste christenen’. En daarom voel ik me er slecht bij.

Als onze kerk een minderheid is, en dat is ze, dan moeten we als gelovigen inderdaad ‘op weg naar’ het geloof, niet alleen op weg naar de kerk als centrale plaats waar de gemeenschap bijeenkomt, die niet meer de uitgestorven lokale dorpskerk zal zijn, maar ook op weg naar de kerk waar het geloof in zijn volle leerstellige en sacramentele inhoud beleden wordt, wat evenmin in diezelfde dorpskerk zal zijn. We moeten op weg door de woestijn, op zoek naar een oase. Ook in de woestijn zijn we samen en kan het goed zijn, maar we kunnen er ons niet laven.

Aanbidding

Aanbidding

En begrijp me goed: er is natuurlijk niks op tegen dat gelovigen bijeenkomen om het getijdengebed te bidden of het heilig sacrament te aanbidden, integendeel, dat is uitstekend! En er is ook niks op tegen dat dit gebeurt in de lokale dorpskerk, integendeel, dat is immers het gebedshuis bij uitstek en daartoe perfect uitgerust! En er is ook niks op tegen als leken voor mekaar lezingen organiseren en elkaars kennis over Schrift, traditie en geloofsleer verdiepen, integendeel: verkondiging is de plicht van elke gelovige!

Maar “ik begrijp niet” waarom al deze activiteiten, die we als leken perfect kunnen ontplooien en die ongetwijfeld zullen bijdragen tot ons geloof, blijkbaar niet goed genoeg zijn en waarom per se de usurpatie nodig is van die andere katholieke activiteiten, die toch een bijzonder karakter en een buitengewone betekenis hebben in onze kerk: de eucharistie en de sacramenten, bediend door de handen van priesters.

En “ik begrijp niet” waarom onze bisschoppen gevraagd wordt troeven uit te spelen die ze zelf niet in handen hebben. Dat er meer aandacht kan gaan naar vorming en naar diocesaan personeelsbeleid, akkoord! Dat parochies, groot of klein, gemanaged kunnen worden door professionele leken, akkoord! Daar kunnen onze bisschoppen, als ze willen, allemaal voor zorgen. Maar waarom moet ook meteen de volledige sacramentologie van huwelijk, eucharistie en priesterschap worden herzien? Alsof onze bisschoppen ook dat zomaar te veranderen hebben!

Het doel is bereikt: wij zijn net geworden als de eerste christenen, die in hun tijd ook heel veel moeite en inspanning hebben moeten besteden aan het bestrijden van dwaalleren en die, vaak na vurige strijd, hebben getracht aan hun kinderen en aan de jongere generatie mede-gelovigen een kerk na te laten waarin niet hun eigen hand en de tekenen van hun eigen tijd herkenbaar waren, maar de hand van God en de tekenen van de eeuwigheid.


Roekeloze barmhartigheid

20/11/2011
Eerder deze avond reed ik per fiets door de stad, met mijn zoontje voorop. De schemering begon. We kwamen net doorheen het stadspark wanneer een jongeman ons voorbijstak op zijn scateboard – ik wist niet eens dat die dingen zo’n vaart halen. Hij was ons zo’n tien meter voorgereden, wanneer hij in volle vaart een rechtse zijstraat kruist en daarbij gegrepen wordt door een auto die -ietwat roekeloos- uit die straat komt gereden, echter zonder dat er echt een ongeluk gebeurt.

Zoals enigszins te verwachten viel, begon die jongeman zijn verontwaardiging te uiten tegenover de automobilist. Als gevolg van de emotie valt dat best te begrijpen, hoewel het me voorkomt dat de scateboarder, die op de weg reed, voorrang had moeten verlenen aan de automobilist. Verder gevolg is er niet aan gegeven, de automobilist heeft wellicht niet eens gehoord wat de jongeman zei, en iedereen heeft zijn weg vervolgd. Maar wat de jongeman zei, verraste me wel, het was iets in de trant van: “stommeling, moet je niet uitkijken, je had bijna dat jongetje kunnen overrijden [daarbij wijzend op ons, die nu bijna het kruispunt bereikten]”.

Dit alles voltrok zich echter in enkele luttele seconden! Ik ben geen psycholoog, maar wat zeggen zo’n -haast instinctieve- reacties eigenlijk over een mens? Zou die jongeman zo’n groot altruisme hebben dat hij zichzelf volledig wegcijfert en niet bezorgd is om zichzelf, hoewel hij net bijna overreden werd, maar wel over een -hem onbekende- fietser met zijn zoontje, en daarom de roekeloze automobilist daarover vermaant? (Wat niet echt nodig was, want ik ken die straat en hoed me wel die zonder kijken te kruisen).

Of herken ik in de reflex van de jongeman een typisch gedrag van schuldafwenteling? Natuurlijk wist hij dat hijzelf roekeloos was door niet te kijken naar verkeer dat voorrang heeft en dat die automobilist hem dat best eens zou kunnen verwijten, mocht er schade zijn aan de wagen. Haast automatisch heeft hij echter de reflex om zo snel mogelijk de schuld van zich af te wentelen, en daarbij maakt hij heel handig gebruik van het -toevallige- feit dat we net achter hem fietsen. Wij worden zijn excuus om de automobilist een schuldgevoel te bezorgen en zichzelf vrij te pleiten… het lijkt wel een truuk van een volleerd assisenpleiter!

Zo moeilijk is het iemands beweegredenen in te schatten!

En toch heb ik -misschien ietwat pessimistisch ingesteld over het menselijk instinct- het gevoel dat de tweede analyse de juiste is. Waarschijnlijk juist omdat de reflex van schuldafwenteling zo alomtegenwoordig is. Hoeveel mensen kan je er niet op betrappen dat ze, wanneer er iets onverwachts misloopt, al dan niet buiten hun wil om, binnen een fractie van een seconde een verklaring gereed hebben, waarbij een ander de schuld krijgt van wat gebeurde, zelfs al was het gewoon “pech”, een speling van het lot die ons zo vaak overkomt, waaraan per definitie niemand schuld heeft? In de psychologie zijn daarover ongetwijfeld bibliotheken volgeschreven.

Het Laatste Oordeel

Het Laatste Oordeel

Wat het thema voor mij interessant maakt, is dat schuldafwenteling ook een tegenovergestelde heeft: de schuldbekentenis. En nu wil ik even op godsdienstige toer gaan, want als er iets is wat het christendom de mensheid heeft bij te brengen, is het de erkenning van persoonlijke schuld. Ik was getuige van dit bijna-ongeluk op het feest van Christus Koning, wanneer het evangelie wordt gelezen van het Laatste Oordeel en de werken van barmhartigheid. Volgens de Schrift zal de Mensenzoon ons oordelen op basis van heel eenvoudige daden die we verrichten in ons leven. Niet op basis van groot geloof of van diep wijsgerig of theologisch inzicht, maar op basis van de hulp en bijstand die we leveren -of niet leveren- aan ‘de minsten’.

Een oordeel gaat ook daarover: over schuld. Wie gelooft in het Laatste Oordeel, beseft dat schuld, zelfs in alledaagse dingen, niet zomaar kan worden afgewenteld. Een ander de schuld geven in een zaak, terwijl je er zelf middenin zit, lost dan ook helemaal niks op! Of het nu een futiele ruzie is tussen broer die per ongeluk zijn zusje ten val brengt, of een juridisch geschil in de nasleep van een rockconcert dat door onweer wordt getroffen en waar ettelijke doden vallen, wat goeds levert de schuldvraag uiteindelijk op? De samenleving zou er veel baat bij vinden, mochten mensen wat vaker durven erkennen dat ze zelf mee schuld hebben aan dingen die misgaan, of erkennen dat dingen misgaan waaraan niemand schuld heeft. Dat er ongelukken gebeuren waarvoor niemand verantwoordelijk hoeft worden gesteld. Dat we ook maar mensen zijn, en niet alles onder onze controle hebben. Dat we niet voortduren schuldigen moeten zoeken.

Met het Laatste Oordeel in gedachte is het veel voordeliger schuld te bekennen dan schuld af te wentelen. Afgewentelde schuld blijft immers wegen, maar schuld waarop berouw volgt, wordt vergeven en niet gewogen. En het is al helemaal niet aan ons om over de schuld van anderen te oordelen, want -wie weet- was die jongeman op het scateboard echt heel oprecht bezorgd over wat mij en mijn zoontje had kunnen overkomen, en heeft hij in ogen van de Mensenzoon een daad van barmhartigheid gesteld door de automobilist op zijn roekeloosheid te wijzen…


Getagd “huwelijk”

16/11/2011

Recent zijn er enkele interessante verwijzingen verschenen op mijn diigo-blog onder de tag ‘matrimony’:

Mark van de Voordeonderzoekt in welke termen we over het huwelijk spreken. Economie bepaalt ons leven en we gebruiken dezelfde termen om over het huwelijk te spreken. Nu de economie in crisis is en als ‘waarde’ aan vertrouwen inboet, zien we hetzelfde gebeuren met het huwelijk. Hij pleit om het huwelijk als ‘waarde’ boven die retoriek uit te heffen.

Remco van Mulligen vraagt zich af of het geen tijd wordt om het huwelijk niet langer als (exclusieve) overheidstaak te zien, zoals dat in de negentiende eeuw onder de Franse secularisatie vastgelegd werd. Het huwelijk is (ook) een taak van de kerk, die er een eigen betekenis aan geeft die niet langer overeenstemt met de betekenis die het ‘burgerlijk’ huwelijk draagt. De ontkoppeling tussen huwelijk en staat is eigenlijk een logisch gevolg van de scheiding tussen kerk en staat. Merk wel dat deze discussie er niet eenvoudiger op wordt als dezelfde logica gevolgd wordt om het islamitisch (huwelijks-)recht een plaats te geven in de seculiere samenleving.

Enige dagen voordien trof me het pijnlijk relaas van een vader over hoe moeilijk het -ook binnen de kerk- is een echtscheiding vanuit geloof te beleven en hoe dubbelzinnig (of misschien eerder: eenzijdig) de kerk zich opstelt.

Ook in Vlaanderen weet de kerk de waarde van het (christelijk) huwelijk niet uit te dragen. Mgr. Leonard kwam onlangs weer in een mediastorm omdat hij over deze problematiek een artikelenreeks publiceerde en daarin de katholieke leer over het huwelijk verdedigde, die ‘niet wordt begrepen’ door andere katholieken, die de kerk in Vlaanderen willen hervormen om meteen van dit -ambetant- stukje leer af te raken.

Het is opmerkelijk dat op een paar weken tijd zoveel over het huwelijk wordt geschreven. Dat het huwelijk de jongste decennia in waarde aanzienlijk ‘gedevalueerd’ is (om in economische termen te blijven spreken), daarover zal iedereen het wel eens zijn. Dat we daar in de kerk een probleem mee hebben, omdat het huwelijk ook (en bij uitstek) een religieuze waarde heeft, ook daarover zullen vele (gelovigen) het eens zijn. Maar hoe pakken we dat aan?

De katholiek leer levert geen kant-en-klare oplossingen om het probleem van de echtscheidingen aan te pakken. Het is niet door hertrouwden de communie te weigeren of af te raden schooldirecteur te worden, dat hun -en ons- probleem wordt opgelost. Maar het tegendeel is nog minder waar, want het bestendigt de devaluatie binnen het geloof. Als het huwelijk onder overheidshoede in crisis is geraakt, en als de kerk er voldoende waarde aan hecht, is de tijd inderdaad rijp dat de kerk opnieuw het ‘ownership’ opeist. Het laatste dat de kerk nu moet doen, is zich conformeren met het secularisme, want dan kunnen gelovigen die crisissituaties in hun huwelijk het hoofd trachten te bieden geen sterkte meer putten uit het geloof.

Dat betekent dat iedereen die hierin wil meestappen, bisschoppen, priesters of leken, in hun denken en spreken het seculier-economische referentiekader moeten inruilen voor een expliciet geloofskader. Enkel dan kan het christelijk huwelijk geopwaardeerd worden en als vanzelf zal de kerkelijke leer haar aura van wereldvreemdheid en liefdeloosheid verliezen.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.